De meeste mensen die hebben gestudeerd, kennen Simon Stevin vooral als de geleerde die de decimale breuken heeft geïntroduceerd, waar
later het decimale systeem van maten en gewichten uit is gegroeid. Hij was de bedenker van heel wat technische vernieuwingen. Voor zijn
tijdgenoten was zijn bekendste uitvinding een zeilwagen voor 28 passagiers, die op het strand tussen Scheveningen en Petten ettelijke
ritten uitvoerde.

Voor wie minder vertrouwd is met Simon Stevin, kunnen we zeggen dat hij in 1548 in Brugge werd geboren, als de onwettige zoon van
Anthuenis Stevin en Catelyne vander Poort. Uit recente studies blijkt dat zijn vader misschien de jongste zoon van een burgemeester
van Veurne was. Zijn moeder was een dochter uit een Ieperse burgerfamilie met calvinistische neigingen. Later trouwde ze met een koopman
van tapijten en zijde. Er is heel weinig bekend over de jeugd en de opvoeding van Stevin. Hij begon in Antwerpen te werken als boekhouder
en kassier bij één van de handelsmaatschappijen, waar hij de handelstechnieken leerde kennen. In 1577 aanvaardde hij een betrekking bij
de financiële administratie van Brugge (Brugse Vrije). Een paar jaar later duikt hij op in de archieven van de volkstelling in Leiden,
maar het is nog niet bekend waarom hij naar het noorden emigreerde. Mogelijk had hij een afkeer van de Spaanse onderdrukking in het
zuidelijke deel van de Lage landen, of misschien had hij sympathie voor de protestantse ideeën. In 1583 komt Stevin voor op de rol van
de pas opgerichte Universiteit van Leiden, waar ook de jonge Maurits, prins van Oranje lessen volgt.
Tussen de twee ontwikkelt er zich een levenslange vriendschap. Voor prins Maurits was Stevin een uitstekende leermeester en later een
bekwame en loyale raadsman. In ruil kon Stevin steeds op de steun en bescherming van zijn prinselijke vriend rekenen. Prins Maurits werd
in 1584 tot stadhouder van Holland en Zeeland verkozen en hij stelde Stevin aan als zijn persoonlijke leraar. Volgens sommige bronnen
was Stevin Kwartiermeester-generaal van het Staatse Leger. Onlangs werd in het Rijksarchief van Den Haag een journaal en bijbehorend
register ontdekt. Dat register, uit 1604, werd geïdentificeerd als de toepassing van Stevins ideeën over de "prinselijke" boekhouding
en bevat de vermelding van Stevins jaarsalaris: 600 gulden. Dat ruime salaris wijst erop dat Stevin aan het hof van de prins een hoge
status genoot. Op initiatief van de prins richtte Stevin aan de Universiteit van Leiden een ingenieursopleiding op, die als bijzonderheid
had dat de lessen in het Nederlands (Nederduyts) werden gegeven. Verschillende auteurs wijzen erop dat Stevin uitvoerig door Europa heeft
gereisd. Helaas bestaan er alleen maar onrechtstreekse bewijzen van zijn reizen, zoals bijvoorbeeld plattegronden van steden en havens,
die in zijn werken zijn opgenomen. Van de vele reizen die hij vermoedelijk heeft gemaakt, is er maar één gedocumenteerd. Het betreft een
reis naar Dantzig (in het huidige Polen), waar Stevin was uitgenodigd om als expert zijn advies te geven over havenwerken. Omstreeks 1614
huwt Stevin met de jonge Catharina Cray. Ze krijgen samen vier kinderen: Frederic, Hendrik, Susanna en Levina. Zijn tweede zoon, Hendrik,
publiceerde postuum een aantal werken van zijn vader. Stevin overleed in Den Haag ergens tussen 20 februari en begin april 1620,
vermoedelijk in zijn huis in de Raamstraat, dat hij in 1612 voor 3800 gulden had gekocht.

Stevin bekleedt in de geschiedenis van de Lage Landen een bijzondere plaats. Er zijn heel wat pleinen en straten naar hem genoemd. In
zijn geboortestad Brugge werd in 1846 een bronzen standbeeld van Stevin onthuld, wat gepaard ging met een groots feest. Er zijn ook
ontelbare Simon Stevin Genootschappen, van de meest uiteenlopende aard. Zo zijn er in Nederland en België Simon Stevin zeilclubs, is er
een Simon Stevin studentenorganisatie voor ingenieurs in de elektromechanica aan de Technische Universiteit Eindhoven, zijn er
verschillende observatoria naar hem genoemd, is er een Simon Stevin technisch instituut voor architectuur, gezondheidswetenschap en
management, en ook een Simon Stevin Stichting die de studie, het behoud en de restauratie van vestingen wil bevorderen.
Bovendien is de invloed van Stevin op verschillende wetenschappelijke organisaties en instanties vandaag de dag duidelijk. Zo bestaat er
een internationaal Simon Stevin uitwisselingsprogramma tussen acht departementen voor wetenschapsgeschiedenis in Nederland, Engeland en
Noord-Amerika. Ieder jaar looft de Nederlandse Technologiestichting STW de prestigieuze titel "Simon Stevin meester" uit aan een
vooraanstaande onderzoeker op het vlak van technologie. De titel gaat vergezeld van de mooie som van 1 miljoen gulden. Op de webstek
van de BBC, in de onderwijsafdeling, zijn er onder de kop "plaatselijke helden" vier pagina’s gewijd aan Simon Stevin. Ook
vermeldenswaard is het Belgische wetenschappelijke tijdschrift "Simon Stevin, wis- en natuurkundig tijdschrift", dat nu bekend is als
het Tijdschrift van de Belgische Mathematische Vereniging. Simon Stevin wordt door vooraanstaande auteurs vermeld op een lijst van een
tiental historische figuren van wie het werk, de visie en de technische kennis de computers van vandaag mogelijk hebben gemaakt. Hij
wordt in één adem genoemd met figuren als Pascal, Babbage, Hollerith, von Neumann, Zuse, enzovoort. "De Thiende" van Stevin staat op de
beroemde Philidelphialijst "Printing and the Mind of Man", die boeken op de voorgrond plaatst die een belangrijke invloed hebben gehad
op de evolutie van de westerse beschaving. Er dient op gewezen te worden dat er voor de 16de eeuw maar 65 boeken zijn opgenomen. Bij de
herdenking van de 400ste geboortedag van Stevin, in 1948, wijdde de Belgische Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten
een volledig nummer van 112 pagina’s aan Simon Stevin. In 1995 werd een tentoonstelling rond het werk van Stevin opgezet in de Biekorf,
de stadsbibliotheek van Brugge, waar heel wat unieke historische manuscripten worden bewaard. In 1998 werd een tentoonstelling over
Stevin opgezet door de Centrale Bibliotheek van de Universiteit Gent, waarin werken van Stevin die in het bezit zijn van de bibliotheek
werden geconfronteerd met die van zijn tijdgenoten. De catalogi die voor die twee tentoonstellingen werden gepubliceerd, geven een goed
overzicht van onze huidige kennis over de grote wetenschapper en uitvinder. Op 11 en 12 december 1998 werd er in Brugge onder de titel
"Simon Stevin Bruggelinck" een symposium georganiseerd door de auteurs van dit stuk en Dr. C. van den Heuvel, toen van Den Haag en nu
van Maastricht. Specialisten uit Nederland, Denemarken en België gaven er uiteenzettingen over het belang van Stevin voor de wetenschap
en de technologie.
In de laatste vijftig jaar zijn er geregeld publicaties verschenen over Stevin. Het zou ons te ver leiden om ze allemaal te citeren, en
we beperken ons hier tot een aantal van de belangrijkste. Een van de bekendste Nederlandse wetenschapshistorici, E.J. Dijksterhuis,
publiceerde samen met een aantal collega’s een zeer uitgebreide studie van de verzamelde werken van Stevin, waarin een groot deel van
zijn werk wordt gereproduceerd, van commentaar voorzien en in modern Engels vertaald. Dirk Struik, een Nederlandse wiskundeprofessor aan
het MIT (V.S.) geeft zijn persoonlijke kijk op de wetenschap in de Gouden Eeuw en besteedt daarbij een belangrijk deel aan Stevin. In
"Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815" wordt uitvoerig naar de werken van Stevin verwezen, met name in de
bijdrage van Prof. Paul Bockstaele voor dit werk.
Vandaag de dag bestaat er nog steeds een grote belangstelling voor de bijdragen van Stevin die sinds lange tijd erkend zijn als
pionierswerk. Eén van de eerste boeken die Stevin publiceerde, was "Tafelen van Interest" (1582) waarin voor het eerst in West-Europa
interesttabellen publiek werden gemaakt. Voor die tijd waren er alleen maar manuscripten beschikbaar, die voor erg hoge prijzen werden
verkocht aan handelaars, kooplieden en bankiers. Stevin was zonder enige twijfel de eerste die een volledige beschrijving introduceerde
van decimale breuken en de bewerkingen die je ermee kunt uitvoeren, in een boekje dat de titel "De Thiende" (1585) draagt. Het werk
handelt ook over de praktische toepassing van decimale breuken in de landmeetkunde, bij maten en gewichten en bij de onderverdeling van
munten. De Engelse vertaling van Robert Norton (Londen, 1608), "Disme, The Art of Tenths or Decimal Arithmetic. Invented by Simon Stevin"
was een inspiratiebron voor Thomas Jefferson toen hij voor de jonge Verenigde Staten een decimaal monetair stelsel voorstelde. Tegenwoordig
wordt een tiende van een dollar dan ook nog steeds een "dime" genoemd. De Schotse wiskundige en theologische auteur, John Napier, was
geïnspireerd door het werk van Stevin toen hij de de logaritmen uitvond. In zijn natuurkundig werk was Stevin werkelijk de bron van
nieuwe, innovatieve ideeën. De studie van de statica van de vaste lichamen wordt uiteengezet in "De Beghinselen der Weegconst" (1585).
Dit werk bevat het legendarische "clootcrans"-theorema, een ingenieus gedachten-experiment waarin de evenwichtsvoorwaarde voor gewichten
op een hellend vlak wordt afgeleid. Dankzij dit theorema slaagde Stevin erin om tot de wet van de samenstelling van twee samenwerkende
krachten te komen. In "De beghinselen des Waterwichts" (1586) gaf Stevin een verbeterd bewijs van de wet van Archimedes over de
opwaartse kracht die inwerkt op een lichaam dat in een vloeistof is ondergedompeld. Hij slaagde er ook in om de kracht te berekenen
die een vloeistof uitoefent op de bodem en op de wanden van het vat waarin ze zich bevindt. En dat bracht hem tot de formulering van de
zogenoemde hydrostatische paradox, vele jaren voor Blaise Pascal dat ook deed, hoewel de paradox meestal aan deze laatste wordt
toegeschreven. In 1586 publiceerde Stevin zijn experiment waarin twee loden bollen, de ene 10 keer zwaarder dan de andere, van de
kerktoren in het Hollandse Delft vielen, en daarbij in dezelfde tijdsduur de afstand van negen meter aflegden. Zijn publicatie hierover
kwam drie jaar voor de eerste verhandeling van Galileo over de zwaartekracht en achttien jaar voor Galileo's theoretische werk over
vallende lichamen.
Vanaf 1590 werkte Stevin voornamelijk in dienst van Prins Maurits. In dit verband was de tentoonstelling die onlangs in het Rijksmuseum
in Amsterdam werd gehouden onder de titel "Maurits, prins van Oranje" erg verhelderend om de interactie tussen Stevin en Maurits beter
te begrijpen. De catalogus van de tentoonstelling gaat heel erg gedetailleerd in op deze relatie. De meeste publicaties van Stevin na
1590 behandelen onderwerpen die belangrijk zijn voor Maurits of voor de natie. In 1590 publiceerde hij een werk met als titel "Vita
Politica. Het Burgherlick Leven", waarin hij uiteenzet dat een burger, als een goede onderdaan, de wetten van de overheid hoort te
respecteren. Op dat moment begon de Republiek der Nederlandse Provincies gestalte te krijgen, en Stevin gebruikte deze publicatie met
het oog op orde en regelmaat. In dezelfde geest publiceerde Stevin twee boeken die praktisch nut hadden om het land te verdedigen en de
vloot uit te breiden. In "De Stercktenbouwing" (1594) paste hij het nieuwe Italiaanse systeem voor de bouw van vestingen aan de
geografische omstandigheden en de beschikbare middelen van de Lage Landen aan. Zo komt het dat de naam van Stevin verbonden blijft met
de zogenoemde oude Nederlandse methode van vestingbouw. Het boek werd waarschijnlijk gebruikt als cursusmateriaal in de ingenieursschool
van Leiden. In het tweede boek, "De Havenvinding" (1599) beschrijft Stevin hoe men een plaats op aarde kan bepalen aan de hand van de
geografische breedtegraad en de magnetische afwijking van de kompasnaald. Deze techniek bleek erg belangrijk te zijn voor de schepen
van de "Verenigde Oost-Indische Compagnie" (VOC), die een handelsmonopolie had ingesteld tussen het (Verre) Oosten en West-Europa. Tussen
1605 en 1608 werden de lessen die Stevin aan prins Maurits gaf in de verschillende wetenschappen (stelkunde, aardrijkskunde, sterrenkunde,
boekhouden, statica en hydrostatica, perspectief, enz.) gebundeld en uitgegeven onder de naam "Wisconstighe Ghedachtenissen". In 1617
verscheen de laatste publicatie van Stevin: een dubbel boek met "Castrametatio, dat is Legermeting", waarin hij beschrijft hoe je een
goed georganiseerd militair kamp moet op- en inrichten, en "Nieuwe Maniere van Stercktebou door Spilsluysen", waarin hij beschrijft hoe
je speciale sluizen, die hij net had uitgevonden, moet gebruiken in defensiewerken, vooral om de vestinggrachten op de gewenste diepte
te houden door het toepassen van spui-technieken.
Naast de bekende aspecten van het werk van Stevin, is er tegenwoordig een groeiende appreciatie voor de minder verspreide bijdragen.
In "De Spiegheling der Singconst", een manuscript dat in 1884 door Bierens de Haan opnieuw werd ontdekt, geeft Stevin als eerste een
correcte theorie over de indeling van het octaaf in twaalf gelijke intervallen. In "Van de Verschaeuwing", een deel van "Wisconstige
Gedachtenissen" behandelt Stevin de perspectiefleer en bouwt hij als eerste voort op het pionierswerk van Guidobaldo del Monte. Hij
formuleerde fundamentele en nieuwe theorema's over projecties. Een aantal daarvan wordt onder zijn naam opgenomen in de mathematische
werken van vooraanstaande wiskundigen. Er wordt ook heel wat aandacht besteed aan de invloed van Stevins denkbeelden op het vlak van de
architectuur, de huizenbouw en de stadsplanning. Zijn ideeën over deze onderwerpen beschrijft hij in "de Huysoirdening" en
"Stedenoirdening", die deel uitmaken van de "Materiae Politicae, Burgherlike Stoffen", die de zoon van Stevin, Hendrik, in 1649
publiceert. Het materiaal is maar een klein deeltje van een uitgebreider boek, "Huysbou", dat Stevin op stapel had staan maar nooit
heeft gepubliceerd. Hoofdstukken van het manuscript van "Huysbou" werden gedeeltelijk opgenomen in het Journaal van Isaac Beeckman en
werden in 1905 in het Rijksarchief van de provincie Zeeland ontdekt. Ze tonen aan dat de ideeën van Stevin over de burgerlijke
architectuur in zijn tijd belangrijk waren.
De meeste werken van Stevin werden in het ‘Nederduyts’ gepubliceerd. Het was een doelstelling van Stevin om de wetenschap en de
technologie toegankelijk te maken voor niet-academici die geen Latijn kenden, maar wel een zeker begrip hadden van de wetenschap en de
technologie. In de inleiding van "De Thiende" geeft hij een opsomming van de mensen voor wie hij dit werk schrijft: sterrenkijkers,
landmeters, tapijtwevers, wijnpeilers , muntmeesters en alle soorten handelaars. Hij schetste zijn ideeën over de Nederlandse taal
uitvoerig in zijn "Uytspraeck vande Weerdicheyt der Duytsche Tael", dat hij als een inleiding bij "De Weeghconst" schreef. Voor Stevin
was "Nederduyts" een uitmuntende taal om ideeën, en vooral wetenschappelijke gedachten, in uit te drukken., omdat ze korte woorden heeft
en makkelijk woorden kan combineren. Stevin heeft grote verdiensten aan de verrijking van de Nederlandse taal met nieuwe woorden of
combinaties van bekende woorden om er hun Latijnse tegenhangers mee te vertalen. Een typisch voorbeeld is het Nederlandse woord voor
mathematica, "wiskunde", wat is afgeleid van "wisconst". M. Kool [1992] heeft de kwestie van de neologismen en semantische neologismen
die Stevin op het vlak van de rekenkunde heeft geïntroduceerd, zorgvuldig geanalyseerd.
Stevin stond bij zijn tijdgenoten en beroemde wetenschappers zeer hoog aangeschreven. Dat blijkt duidelijk uit de geschriften van
Willebrord Snellius, William Gilbert, Isaac Beeckman, Constantijn en Christiaan Huyghens en Adrianus Romanus (Adriaan van Roomen). De
laatste prees Stevin om zijn statica en zijn zeilwagen. Beeckman reproduceerde in zijn Journaal een aantal van de manuscripten van Stevin,
die hij van diens weduwe had geleend. Hugo de Groot toonde ook een grote achting voor het werk van Stevin. Later werd vol bewondering naar
het werk van Stevin verwezen door niemand minder dan Lagrange in de "Traité de Mécanique analytique", door Ernst Mach in zijn "Die Mechanik
in Ihrer Entwicklung Historisch-Kritisch Dargestellt" en door Feynman in zijn beroemde "Feynman Lectures".
Samengevat kunnen we zeggen dat Simon Stevin een belangrijke figuur was in de geschiedenis van de Lage Landen en voor de wereld van de
wetenschap en de technologie, de burgerlijke zaken en de muziek in het algemeen.